Zink is een mineraal dat je lichaam gebruikt om infecties te bestrijden en cellen te produceren. Het is belangrijk voor het genezen van verwondingen en groei, seksuele ontwikkeling, voortplanting haargroei, spieropbouw de genetische blauwdruk in al je cellen. Als je niet genoeg zink binnenkrijgt via je dieet, kunnen bijwerkingen zoals haaruitval, verminderde alertheid en een verminderd gevoel van smaak en geur optreden.
Wanneer heb ik Zink te kort?
Kinderen |
(ADH) |
Mannen | (ADH) | Vrouwen | (ADH) |
6-11 maanden |
5 mg |
9-13 jaar |
11 mg | 9-13 jaar | 8 mg |
1-2 jaar |
5 mg |
14-17 jaar | 12 mg | 14-17 jaar | 9 mg |
2-5 jaar |
6 mg |
18-50 jaar | 9 mg | 18-50 jaar | 7 mg |
6-9 jaar |
7 mg |
50 - > jaar | 9 mg | 50 - > jaar | 7 mg |
|
|
Zwanger | 9.1 mg | ||
|
|
Borstvoeding | 11 mg |
Aan welke symptomen merk je Zink te kort?
Zink wordt door je lichaam gebruikt bij celproductie en immuunfuncties. Bij een tekort aan zink kan je lichaam geen gezonde, nieuwe cellen produceren. Dit leidt tot symptomen zoals:
- onverklaarbaar gewichtsverlies
- wonden die niet genezen
- gebrek aan alertheid
- verminderd reuk- en smaakvermogen
- diarree
- verlies van eetlust
- open wonden op de huid
Welke voeding helpt bij Zink te kort?
Pompoenpitten: Pompoenpitten zijn een uitstekende bron van zink. Ze bevatten ongeveer 7-10 mg zink per 100 gram.
Oesters: Oesters zijn een topbron van zink. Ze kunnen variëren, maar bevatten meestal meer dan 60 mg zink per 100 gram.
Hennepzaden: Hennepzaden bieden ongeveer 5-7 mg zink per 100 gram, naast andere voedingsstoffen.
Cashewnoten: Cashewnoten bevatten ongeveer 5-6 mg zink per 100 gram.
Chiazaden: Chiazaden bevatten ongeveer 2-3 mg zink per 100 gram, naast vezels en omega-3-vetzuren.
Linzen: Linzen zijn een goede bron van zink en bevatten ongeveer 3-4 mg zink per 100 gram, samen met vezels en eiwitten.
Kikkererwten: Kikkererwten bevatten ongeveer 2-3 mg zink per 100 gram en zijn ook rijk aan vezels en eiwitten.
Quinoa: Quinoa bevat ongeveer 2 mg zink per 100 gram, naast andere belangrijke voedingsstoffen.
Zuivelproducten: Zuivelproducten zoals kaas en yoghurt bevatten enige hoeveelheden zink, meestal tussen 1-3 mg per 100 gram.
Welke soorten Zink(supplementen) zijn er en welke kiest u?
Zinkgluconaat: Het is een zinkzout dat wordt gevormd door de binding van zink aan gluconzuur, een stof die van nature voorkomt in fruit en honing. Zinkgluconaat wordt vaak gebruikt verkoudheid oplossingen zoals keeltabletten en neussprays.
Zinkcitraat: Het is een zinkzout dat is gebonden aan citroenzuur, een natuurlijk voorkomend zuur dat voorkomt in citrusvruchten en andere planten. Zinkcitraat staat bekend om zijn goede opneembaarheid in het lichaam.
Zinkpicolinaat: Deze vorm wordt beschouwd als een van de best opneembare vormen van zink. Zinkpicolinaat is een vorm van zinksupplement waarbij zink gebonden is aan picolinezuur.
Zinkbisglycinaat: Zinkbisglycinaat is een vorm van zink waarbij zink is gebonden aan twee moleculen van het aminozuur glycine. Deze binding met glycine kan de opname en tolerantie van zink verbeteren
Zinkbisglycinaat: Zinkbisglycinaat is een zeer opneembare vorm van zink gebonden aan het aminozuur glycine, wat de opname bevordert. Dit maakt het een effectieve keuze om zinktekorten aan te vullen, met een hoge biologische beschikbaarheid. Als koper kun je met vertrouwen kiezen voor zinkbisglycinaat om je zinkinname effectief te verbeteren.
En zo verder zijn er nog een paar soorten, wij adviseren supplementen die zeer goed opneembare vormen van zink bevatten zoals zinkbisglycinaat, zinkpicolinaat en/of zinkcitraat.
Er zijn ook enkele niet organische vormen van zink waaronder:
Zinkoxide, zinksulfaat, zinkcarbonaat
Waardoor word het Zink te kort erger?
Zweet: Zink kan via zweet verloren gaan, vooral tijdens intensieve lichamelijke activiteit of in warme omstandigheden. Het verlies is ongeveer 1mg per uur bij matige tot fysieke inspanning.
Ejaculatie: Bij elke ejaculatie gaat een kleine hoeveelheid zink verloren, omgeveer 2 mg.
Fytaten: Fytaten zijn verbindingen in voedingsmiddelen zoals granen en peulvruchten. Ze kunnen de opname van zink verstoren doordat ze zich binden aan het mineraal in de darmen. Hierdoor wordt het moeilijker voor het lichaam om zink te absorberen, wat vooral relevant is voor mensen met een dieet rijk aan deze voedingsmiddelen.
Calcium: Een verhoogde inname van calcium, vaak aanwezig in zuivelproducten, kan de opname van zink remmen. Dit komt doordat beide mineralen concurreren om dezelfde opnameplaatsen in de darmen.
Ijzer en koper: Een overmatige inname van ijzer en koper kan de absorptie van zink verstoren, aangezien deze mineralen strijden om dezelfde opnamekanalen.
Foliumzuur: Verhoogde niveaus van foliumzuur, een B-vitamine, kunnen interfereren met de opname van zink. Dit kan vooral van belang zijn bij zwangere vrouwen, waarbij foliumzuursupplementen vaak worden aanbevolen.
Alcohol: Overmatig alcoholgebruik kan de opname van zink verminderen en de uitscheiding ervan verhogen via urine.
Maagzuurremmers: Langdurig gebruik van maagzuurremmende medicijnen kan de zuurgraad in de maag verminderen. Aangezien zuurgraad helpt bij de opname van zink.
Sommige medicijnen: Bepaalde medicijnen, zoals bepaalde antibiotica en anticonceptiepillen, kunnen de opname van zink verstoren.
Oudere leeftijd: Naarmate mensen ouder worden, kan hun vermogen om zink op te nemen afnemen, wat kan bijdragen aan een tekort.
Bronvermelding:
Pineda, O., & Ashmead, H. D. (2001). Effectiveness of treatment of zinc deficiency in children utilizing zinc sulfate and zinc picolinate. Journal of the American College of Nutrition, 20(2), 128-133.
https://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/zink.aspxhttps://ods.od.nih.gov/pubs/usdandb/Zinc-Content.pdfLönnerdal, B. (2009). Dietary factors influencing zinc absorption. The Journal of Nutrition, 130(5), 1378S-1383S. https://doi.org/10.1093/jn/130.5.1378Shttps://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24259556/Sardesai, V. M. (2016). Chelation in Metal Intoxication. International Journal of Research in Pharmacology and Pharmacotherapeutics, 5(3), 197-203.
Bhowmik, D., Dubey, A., Chandira, M., Kumar, K. P., & Chandira, R. M. (2011). Zinc: a potential antimicrobial agent. WebmedCentral Microbiology, 2(12), WMC002439.
Hambidge, K. M. (2000). Zinc deficiency in humans. The Journal of Nutrition, 130(5), 1344S-1349S.
Gibson, R. S. (2006). Zinc: the missing link in combating micronutrient malnutrition in developing countries. Proceedings of the Nutrition Society, 65(01), 51-60.